woensdag 7 september 2011

Friesland: restauratie van de kerk van Kimswerd



Opnieuw is bij de restauratie van de kerk van Kimswerd een stuk van de vloer verwijderd. Nu gaat het om een stuk tegelvloer. Eronder komen opnieuw onbekende grafstenen te voorschijn. Van twee andere zerken wordt nu nagenoeg de hele tekst zichtbaar. Helaas zijn de zerken wel enigszins beschadigd door het beton dat ooit gebruikt is.

Vooral de grote Bonnema steen waarvan tot nu toe alleen de rechter bovenhoek zichtbaar was, is nu vrijwel geheel in beeld. Langzaam maar zeker wordt een onbekend stukje familiegeschiedenis onthuld.

Op de foto's zien we respectievelijk het Bonnema wapen en het vrouwenwapen van Trijntje Frederiks, de vrouw van Robijn Bonnema.



maandag 5 september 2011

Excel: Aanpak voor de opzet van rekenmodellen

Informatieanalyse

· Zet alle gegevens die nodig zijn voor het rekenblad op een rijtje.
· Bepaal de onderlinge samenhang van deze gegevens: wat hoort bij wat.
· Bepaal welke gegevens afleidbaar zijn van andere en hoe ze af te leiden zijn; zo berekenen we het totaal
  van een orderregel met de formule aantal * prijs en het eindtotaal als som van alle aantal * prijs.
· Maak de gegevens ondeelbaar. In een kolom mogen bij voorkeur alleen gelijksoortige gegevens staan. 
  Adres moeten we dus splitsen in straat, huisnummer en eventuele toevoeging. Namen in bijvoorbeeld voor-
  , achternaam en tussenvoegsel.
· Bepaal ten slotte welke gegevens we direct moeten invoeren.

Opzet van de rekenbladen

Bij het opzetten van het rekenblad gaan we uit van het volgende procesmodel:

· Er gaan gegevens in: de input.
· De gegevens ondergaan een bewerking: het proces.
· Er gaan gegevens uit: de output.

Veelal is dit niet alleen maar eenrichtingsverkeer: bewerkte gegevens kunnen weer de input vormen voor nieuwe bewerkingen. We kunnen er ook gaandeweg de opzet achterkomen dat er input ontbreekt omdat er output gevraagd wordt die we niet kunnen afleiden uit bestaande gegevens. Het kan dus zijn dat we stappen moeten herhalen.

We gaan de opzet nu zodanig maken dat het model terug te vinden is. We gaan input, bewerking en output zo overzichtelijk mogelijk van elkaar scheiden.

De output

We beginnen achteraan omdat juist het gewenste resultaat bepaalt welke gegevens we nodig hebben.

· Beschrijf welke overzichten we nodig hebben en waar we die overzichten en van welke gegevens we die af
  moeten leiden
· Beschrijf de grafieken die we nodig hebben, af te leiden van welke gegevens
· Maak aparte bladen voor grafieken en overzichten
· Gebruik bij overzichten en grafieken namen voor bereiken en baseer deze namen waar mogelijk op 
  flexibele bereiken

Invoerbladen

De volgende stap is de opzet en de uitwerking van de invoerbladen.
· Maak invoerbladen voor de gegevens naar hun onderlinge samenhang.
· Maak eventueel een apart blad voor constanten als omrekenfactoren e.d.
· Maak invoervelden en valideer deze desgewenst.
· Maak voor de opmaak zoveel mogelijk gebruik van stijlen zodat opmaak en beveiliging centraal aan te
  sturen zijn.

Opzet bewerkingsbladen

En ten slotte de verschillende bewerkingsbladen.
· Maak aparte rekenbladen voor het aansturen van grafieken en overzichten.
· Maak de formules om de gegevens van de invoerbladen om te zetten naar de juiste resultaten.
· Hou er bij het maken van formules rekening mee eventuele criteria zo veel mogelijk in afzonderlijke cellen
  te zetten
· Hou er bij het opzetten van formules zoveel mogelijk rekening mee dat bereiken met invoergegevens
  kunnen groeien.
· Hou bij het opzetten van formules ook rekening met fouten.
· Documenteer eventueel je formules zodat het voor anderen te begrijpen is.
· Maak voor de opmaak zoveel mogelijk gebruik van stijlen zodat opmaak en beveiliging centraal aan te
  sturen zijn.

Eventueel gebruik van VBA

· Maak eventueel menuknoppen en besturingsknoppen
· Verberg bladen als we ze alleen maar voor bewerking gebruiken of als ze niet in beeld hoeven te zijn

Beveiliging

· Zorg ervoor dat de formules zelf desgewenst uit beeld blijven en alleen het resultaat zichtbaar is
· Beveilig werkbladen en werkmap zodanig dat alleen invoer en bekijken mogelijk zijn

zondag 4 september 2011

Friesland: de Friese geboortelepel, de historie (bijgewerkt 13-10-2017)

Oorsprong van de Friese geboortelepel

Het woord geboortelepel is nog niet heel oud. Het zou voor de eerste keer genoemd zijn in Waling Dijkstra’s Uit Frieslands Volksleven. De term dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw; voorheen werd volstaan met de aanduiding zilveren lepel. Het fenomeen op zich dateert echter al van eeuwen her. Met het fenomeen bedoelen we dan een zilveren lepel met een inscriptie die betrekking heeft op de geboorte van een kind.

Naast deze geboortelepels bestaan er ook zilveren lepels met inscripties die verwijzen naar andere gebeurtenissen, zoals huwelijken en huwelijksjubilea, tochten over het ijs, dank voor bijzondere prestaties, het verlenen van diensten, en overlijdens en begrafenissen. Deze vallen echter buiten het bestek van dit verhaal. Verder beperken we ons hier tot die lepels waarvan de inscriptie betrekking heeft op een geboorte van voor 1811.

De gewoonte van ouders of andere familieleden een kind bij de geboorte een geschenk te geven is al heel oud. Ook de lepel als geschenk heeft een lange traditie die zeker teruggaat tot de zestiende eeuw. Volgens Klijn’s Oude zilveren lepels dateert de oudst bekende lepel met geboorte-inscriptie uit 1578. Het gaat om een lepel uit Engeland.

Ook uit andere landen zijn dergelijke lepels bekend en in Nederland vinden we ze naast Friesland ook in Groningen en Holland. We hebben dus niet te maken met een zuiver Fries fenomeen, maar wel is het zo dat de traditie echt tot bloei komt in Friesland. Een opvallend verschil met die uit Friesland is wel dat lepels van buiten Friesland zelden inscripties hebben, en als ze die al hebben zijn deze vrijwel altijd zeer beperkt, vaak alleen in de vorm van initialen.

Vanaf de laatste helft van de zeventiende eeuw zijn bij ons inmiddels de teksten van honderden geboortelepels bekend. Sinds het jaar 2002 zijn wij bezig geweest een bestand aan te leggen van geboortelepels die een inscriptie bevatten met een geboortedatum van voor 1812. Inmiddels telt dit bestand 956 stuks.

Bij de registratie van de items doen zich een aantal problemen voor:
  • De lepel kan veel later gemaakt zijn dan de geboortedatum aangeeft.
  • De lepel kan veel eerder gemaakt zijn dan de geboortedatum aangeeft; er is dan sprake van hergebruik van oude lepels, hetgeen veelvuldig voorkomt.
  • De maker, de zilversmid, is soms niet te achterhalen.
  • Het jaar waarin de lepel gemaakt is, laat zich meestal slechts bij benadering vaststellen.
  • De betrokken perso(o)n(en) zijn niet altijd terug te vinden (ongeveer 7 procent van de gevallen).
  • Soms zijn inscripties vrijwel geheel of gedeeltelijk bewust verwijderd of is de inscriptie weggesleten.
Voor de leeftijd van de lepel zijn we hier gemakshalve uitgegaan van het geboortejaar van de vermelde persoon in de inscriptie, hoewel dat dus lang niet in alle gevallen klopt. Waling Dijkstra vermeldt al dat de lepels bij de geboorte of ook wel later bij de verjaardag van een oom of tante, grootouders of ouders cadeau gegeven werden.

Geboortelepels komen voor als zilveren eetlepels die van een inscriptie zijn voorzien. De meeste hebben echter de vorm van een sierlepel, die voor regelmatig gebruik niet praktisch is. Deze sierlepels hebben veelal een zogenaamde gevlochten steel, waarbij het lijkt alsof twee staafjes zilver in elkaar gevlochten zijn. Op deze stelen zijn de zogenaamde steelbekroningen aangebracht.

Vanaf het begin tot ver in de achttiende eeuw gaat het daarbij om zinnebeeldige- en bijbels geïnspireerde voorstellingen, later komen er ook voorstellingen met menselijke activiteiten zoals beroepen bij. Ten slotte komt er een groep steelbekroningen voor die slechts een decoratieve betekenis lijkt te hebben. In tegenstelling tot de negentiende eeuw en later lijkt er doorgaans geen direct verband te bestaan tussen de aard van de steelbekroning en de achtergronden van gevers en ontvangers.

Bij het hergebruik van oudere lepels, zoals bij voorbeeld van lepels die door gilden in bepaalde gevallen werden uitgedeelde aan de gildebroeders, kan dit door toeval wel het geval zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld sierlepels met als steelbekroning een timmerman en een bakker bekend, die door een timmerman resp. een bakker geschonken zijn bij geboorten. In deze gevallen is de inscriptie wel secundair c.q. van later datum.

Traditie begint in de laatste helft van de zeventiende eeuw

Er is wel verondersteld dat de traditie van het geven van geboortelepels met inscriptie ergens in de zeventiende eeuw begonnen zou zijn.

Op basis van onze gegevens kunnen we een grafiek maken van het aantal per decennium over de beginperiode tot en met 1810.



De oudst bekende lepel waarvan we de inscriptie helemaal hebben, is die van Jan Pieter Oldaans uit Harlingen:

J.P. Oldaans de oude is geboren den 27 febru.1632 de jonge den 23 now. 1700

De volgende komt uit Wons, van Trijntje Jacobs Abbema:

Trijntie Jacobs dochter is gebooren den 21 febrij 1646

Hoewel een aantal van de oudere lepels (gebaseerd op het geboortejaar van de betrokkene) met zekerheid eerst veel later gemaakt is, lijkt het aannemelijk te stellen dat de traditie eerst echt in de laatste helft van de 17de eeuw begonnen is. We zien vanaf dan een steeds sterkere toename.

Verspreiding vanuit het westen van Friesland

Als we naar de eerste 70 jaar kijken, de periode van 1631-1700, dan komen bijna alle lepels uit het westen van Friesland.


Pakken we de periode 1700-1750 erbij, dan zien we een langzame verspreiding naar het oosten en noordoosten, maar een duidelijk zwaartepunt in het westen. Bekijken we ten slotte de totale periode 1631-1810, dan zien we nog steeds hetzelfde beeld, het zwaartepunt ligt in het westen van Friesland:
Met name de grote aantallen in Wonseradeel en Wymbritseradeel zijn opvallend, respectievelijk 153 en 82 stuks. In de gehele periode vinden we niet of nauwelijks geboortelepels in de Friese Wouden, op de Friese eilanden of in de Stellingwerven.

Relatie met godsdienst

Er is wel gezegd dat geboortelepels vooral in doopsgezinde kringen gangbaar zouden zijn geweest (relatie met het niet dopen op jonge leeftijd?). We vinden dit evenwel niet terug als we naar de percentages kijken, ook niet als we de percentages per decennium bekijken.

Gevers

Wie de lepels gegeven hebben is meestal niet bekend. Een enkele keer wordt het op de lepel vermeld. Zoals op de lepel van Wiebe Buma uit Leeuwarden:

Wiebe Bernardus Buma
Natus den 18 augustus 1763
Van over groot vader Marten Broers Mercator
En overleden den 8 october 1764


Of die van Jantje Foppes Wiersma uit Goinga, met de initialen van haar grootouders Harmen Rienks en Jantje Foppes. Kennelijk is de lepel eerder als huwelijkslepel gebruikt:

H R
J F
1782
Jantje Foppes Wiersma is geboren den 25 september 1800


Een enkele keer is de lepel ook vaker gebruikt. Dan is de lepel bij voorbeeld zowel gebruikt voor de grootmoeder als de kleindochter:

1729 den 17 maart is gebooren Aafke Sybrens

1783 den 7 januari is gebooren Aafke Sybrens

Geslacht

Op dit punt was de emancipatie al volkomen: van de 1065 personen zijn er 542 man en 512 vrouw; van negen personen is het geslacht ons onbekend. Weliswaar is het zo dat er de eerste periode iets meer lepels naar jongens dan meisjes gingen. Conclusies zijn hier niet aan te verbinden.

Database

Alle verzamelde teksten van geboortelepels, vaak met foto's, zijn te bezichtigen via www.walmar.nl/inscripties.asp

vrijdag 26 augustus 2011

Friesland: Kano Elfstedentocht 2011

Het elfstedenregister

Iedereen die een elfstedentocht zoals met de kano heeft volbracht, kan zich aanmelden bij mijn elfstedenregister.

De kano-elfstedentocht groep

Iedereen die meegedaan heeft aan of geïnteresseerd is in de tocht kan zich aansluiten bij de groep.

Verslagen andere tochten

2017

Zaterdag 23 juli 2011
We zijn met de auto naar Leeuwarden gereden om mijn startkaart voor de kano-Elfstedentocht op te halen. Daar aangekomen begint de regen te stromen. Een enkele kampeerder heeft zijn tent al opgezet in het modderige gras van De Prinsentuin. Het lijkt allemaal weinig goeds te beloven voor volgende week. Gelukkig geven de weersvooruitzichten enige hoop.

Naast de startkaart is de kaart van de route wel het belangrijkst. Geplastificeerd. Erg handig met het oog op de verwachte regen. De tocht volgt grotendeels de schaatsroute, behalve tussen Harlingen en Franeker. De route door de Sexbierumervaart zou wel zeven keer klunen betekenen en dat zou dit stuk voor een kanovaarder wel heel erg lastig maken. Verder zijn er een aantal malen alternatieve trajecten mogelijk (de gele lijnen op de kaart).



Zondag 24 juli
Ik heb de kajak op de auto geplaatst. Alle bagage is ingeladen. Ik heb besloten gezien de natte omstandigheden de eerste dagen niet te kamperen maar gewoon 's avonds de auto op te halen en thuis te overnachten.

Maandag 25 juli: Leeuwarden - IJlst, 30 kilometer
In alle vroegte sta ik op. Rond kwart over zeven vertrek ik naar Leeuwarden. Het weer ziet er vooralsnog goed uit, maar de verwachtingen zijn niet veelbelovend. Half negen ben ik ter plekke en heb alles klaar voor de start.


Er zijn meer dan 200 deelnemers. De start is achter de Prinsentuin in Leeuwarden. De bedoeling is dat alle kanoërs klokslag negen uur achter het jacht van de Provincie Friesland aan de stad uit gaan varen. Slechts een enkeling heeft daarvoor het geduld; de rest peddelt vrolijk voor het jacht uit.

Weldra steken we het betrekkelijk rustige Van Harinxmakanaal over en nemen we de afslag Zwettevaart. Hoog riet aan weerskanten. Vele kilometers lang. Onderweg knoop ik met deze en gene een praatje aan. Iemand met dezelfde kajak: een Eagle Touring!

Het duurt niet erg lang of daar is de regen weer. Motregen, maar het wordt wel duidelijk dat een spatzeil noodzakelijk is. Ondanks de regen toch even eruit bij Dillesyl. Gelukkig staan daar bomen en houden we het zo droog.

Kort nadat ik weer ingestapt ben tref ik Cees uit Hempens. Cees is 67 en doet voor de zesde keer mee, met een zeekajak. Een ouwe rot die per jaar ook nog eens 20.000 kilometer fietst. Cees is een man van gestaag doorvaren. Zelf heb ik eigenlijk geen idee wat de beste aanpak is. Ik heb nog nooit zulke lange afstanden afgelegd en betrekkelijk weinig kilometers - een paar honderd - getraind. Ik voel wel wat voor zijn aanpak.

We stoppen nog een onder de brug bij Scharnegoutum. Daarna zijn we weldra in Sneek. We moeten stempelen in de haven. Het water is er behoorlijk ruig. Weinig aangenaam. Later horen we dat er daar iemand omgeslagen is.

Het blijkt vervolgens nog een behoorlijk stuk naar IJlst merendeels over het brede water van de Geeuw. Maar dan is voor mij het leed geleden. We zijn bij de ijsbaan waar de meeste deelnemers hun tent gaan opzetten. De ijsbaan staat voor een groot deel onder water door alle regen van de afgelopen dagen. Ik ben blij dat ik terug kan gaan naar mijn eigen bed. Ik drink nog een kop koffie met Cees en vertrek dan met de trein naar Leeuwarden.

Dinsdag 26 juli: IJlst - Stavoren, 41 kilometer
's Ochtends rond half acht ben ik weer bij de ijsbaan en even later gaan Cees en ik op pad voor een lange etappe. Van te voren heb ik tegen deze dag het meest opgezien. De oversteek van het Slotermeer. Twee keer een stuk van drie kilometer over groot water en het kan er behoorlijk spoken. Van anderen heb ik begrepen dat tijdens de vorige elfstedentocht, die van 2008, de mensen boot voor boot onder begeleiding van een motorboot moesten oversteken. Desgewenst kon je toen ook overgevaren worden. Mijn optie was er dus ook bij.

Nu is het weer redelijk goed: droog en nagenoeg windstil. Klokslag negen uur arriveren we bij het Slotermeer. Bladstil spiegelend water. Een makkie. We zijn in een ommezien aan de overkant.


Terug richting Balk staat er iets meer wind en vooral ook golfslag. Voor het eerst merk ik dat het dan lastig is mijn kajak op koers te houden. Links moet ik veel harder trekken dan rechts. Weldra varen we door het mooie Balk en bereiken we de Luts. Prachtig met bomen omzoomde vaart. Wel erg ondiep. Ik hoor van anderen dat het zwaarder varen is op ondiep water. Was me zelf nog nooit echt opgevallen, maar ze hebben gelijk.

Cees is een man van de lange adem zoals gezegd. We peddelen dan ook in één ruk door naar de Galamadammen. Onderweg motregent het weer een poos, maar over het algemeen valt het weer mee. Na de Luts komen we op het grote open water van de Fluessen. Er staat nog steeds weinig wind en het blijft goed te doen. Bij de Galamadammen gaan we even de kajak uit voor een sanitaire stop.

Daarna komt het brede water van de Morra en de overlast van de plezierjachten. Vreemd genoeg zijn het vooral de mededeelnemers die veel te hard varen. Volgens Cees is het een race om de goede aanmeerplek. De enorme golven vergallen mijn plezier. Ik laat dat in ongezouten taal ook weten aan een aantal bootjesmensen. Sommigen schrikken daar zo van dat ze zowaar vaart minderen.

In Stavoren kampeert de hele meute bij de grote sluis naast camping Sudermeer. De meesten zijn er nog niet. Nog maar een handjevol mensen is bezig hun tent op te zetten. We hebben kennelijk stevig doorgevaren. Ik zet al snel de pas erin naar het station. In de trein ontmoet ik een man die van Sneek is komen lopen. 35 kilometer. In mijn ogen een grotere prestatie dan de mijne, al mogen mijn 41 kilometer met de kajak er ook zijn. In IJlst pik ik de auto weer op en rij naar huis.

Woensdag 27 juli: Stavoren - Bolsward, 33 kilometer
Ik arriveer weer vroeg en om acht uur zijn we onderweg. Eerst even kalm aan om de schouders los te maken. Maar al gauw hebben we ons vertrouwde ritme weer te pakken. Vandaag is het voor het eerst stralend weer en opnieuw vrijwel windstil. We varen van Stavoren naar Hindeloopen langs de binnenkant van de IJsselmeerdijk. Een prachtige route.

In Hindeloopen moeten we de boot uit om te stempelen. Gek genoeg zijn er nu al heel wat mensen voor ons. We lopen langs de haven en zien dan plotseling een aantal kajakkers vanaf het IJsselmeer de haven in komen. Daar hadden we nooit aan gedacht. Bij dit weer is de route via het IJsselmeer een prima mogelijkheid. Later blijkt het ook nog eens vijf kilometer korter.

We gaan nu over kleine vaartjes richting Workum. Cees is zowaar de weg even kwijt. Moeten we rechtdoor of links? Een collega met GPS in de boot brengt uitkomst. Rechtdoor. Hij ziet al een brug, wij nog niet. GPS waren we al vaker tegengekomen. Deze mensen weten tot op de meter nauwkeurig te vertellen welke afstand we hebben afgelegd.

In Workum gaan we er opnieuw uit om te stempelen. Het weer is prachtig en wordt tijd voor ons eerste terras. Even wordt mijn plezier vergald door de aanwezigheid van de partij-ideoloog van de PVV, Martin Bosma. Kennelijk brengt die met vrouw en kinderen zijn vakantie door in deze streken. Geen bewaking trouwens.


We varen nu in één keer door naar Bolsward over de trekvaart. De hele dag op die heerlijke kleine vaartjes hebben we geen last gehad van pleziervaart, maar enige kilometers voor Bolsward begint de pret weer. In een kajak ga je al snel zo'n zeven kilometer per uur. Zij mogen zes, maar gaan ons voorbij alsof we stil liggen. Af en toe vaar ik ook verbaal weer uit en dat lijkt te helpen.


In Bolsward kampeert iedereen aan de rand van de stadsgracht. Prachtig grasveld langs bejaardenwoningen. De bewoners voorzien de kanoërs graag van koffie. Zelf pak ik eerst de bus naar Sneek, dan de trein naar Stavoren. Rond half vijf ben ik thuis.

Op Youtube vinden we nog een leuk verslag vanuit Bolsward van Omrop Fryslân:  https://www.youtube.com/watch?v=oKWaA3s7qh4

Donderdag 28 juli: Bolsward - Franeker, 31 kilometer
Het is opnieuw mooi weer. Na drie dagen ben ik er van overtuigd dat ik het ga klaren. Vol goede moed begin ik dan ook aan deze etappe. Via Witmarsum varen we naar Kimswerd. In Witmarsum zijn de lage bruggen vervangen door hogere zodat deze route nu ook toegankelijk is voor de kleine pleziervaart.

In Kimswerd, het dorp van Grutte Pier, pakken we een terrasje. De restauranthoudster is niet op de hoogte maar begint wel gelijk aan een groot bord om de mensen te wijzen op deze gelegenheid.


Na Kimswerd zitten we al heel snel in Harlingen. Hier moeten we er opnieuw uit om te stempelen. Ik vind het geen probleem. Lang zitten in de kajak veroorzaakt spierpijntjes in mijn rechterbeen. Door te lopen gaat het weer over. Na Harlingen hebben we de keuze tussen een omweg via Achlum, vijf kilometer extra, of rechtuit rechtaan over het Van Harinxmakanaal. Cees voelt daar het meeste voor.

Vreemd genoeg is er nagenoeg geen scheepvaart op dit brede water. Onze collega's van de plezierjachten komen ons ook niet achterop. En zo varen we betrekkelijk makkelijk naar Franeker. De kampeerplaats hier is het veld van de kanoclub van Franeker. Een mooi grasveld en na twee zonnige dagen ook redelijk droog.


Zelf blijf ik opnieuw niet. Ik haal mijn auto op uit Bolsward en ga overnachten bij mijn broer die in Dronrijp woont.

Vrijdag 29 juli: Franeker - Dokkum, 46 kilometer
De monsteretappe. De meesten zijn al vertrokken als ik kwart voor acht arriveer. Cees is er ook klaar voor. Helaas is het weer veranderd. Het is opnieuw grijs en kil en er staat een stevige noordwestenwind. Maar volgens de verwachting blijft het wel droog. Vandaag komen we bij de nieuw aangelegde schutsluizen bij Wier en Oude Leie. Als je wilt, hoef je de boot niet meer uit. Ook kleinere motorbootjes kunnen hier nu langs.

Droog blijft het toch niet. Vieze motregen maakt het spatzeil weer noodzakelijk. Van de wind hebben we niet veel last. Het riet houdt ons in de luwte. Als de vaart naar het oosten afbuigt krijgen we hem zelfs mee.

Bij Wier de eerste sluis. Cees wil er met de kano doorheen. Ik voel mijn rechterbeen weer en stap lekker uit. Het schutten blijkt ook erg lang te duren. Wel een half uur. Later horen we dat de tweede sluis bij Oude Leie zelfs anderhalf uur buiten werking is geweest.

Bij de camping aan de Zuidhoekstervaart worden we enthousiast aangemoedigd. Na deze camping begint het echt smalle stuk van de route. De plannen zijn dat ook dit gedeelte verbreed wordt. Maar nu ondervinden zelfs wij hinder van de rietpollen en overhangende wilgen. We zijn benieuwd hoe de motorbootjes het er hier vanaf brengen. Ik heb nog tegen de mannen van een moterbootje uit Dokkum gezegd dat het allemaal best kon.

Bij de tweede sluis stappen we beide uit. Tijd voor koffie bij een nieuw café dat hoopt te profiteren van het varend verkeer over deze nieuwe route. Ze hebben wel pech met het terras. Het motregent weer.

Na de koffie beginnen we aan de laatste 23 kilometer naar Dokkum. Voor mij allemaal bekend water. Ondanks de harde wind, vooral zijwind, gaat het heel hard. Met nog een flinke pauze in Birdaard zijn we toch na drie uur en tien minuten bij de finish. Heb ik vleugels gekregen? Wat is er aan de hand? Iemand van de organisatie helpt ons een beetje uit de droom. De sluizen bij Lauwersoog staan open. De vele regen moet worden afgevoerd en we varen met de stroom mee.

Voor mij is het zoals gezegd allemaal vertrouwd. Daar woonde boer Hiemstra, verderop boer Wiegersma en dan boer Hania. In Dokkum passeren we de vroegere timmerfabriek waar mijn vader eens werkte. Ik zie geen bekenden bij binnenkomst. Ach, ik ben ook al 35 jaar geleden vertrokken,

Ik Dokkum blijf ik voor het eerst kamperen. Ik zet mijn tent naast die van Cees op en ga dan koffie drinken bij oude bekenden. Cees en ik spreken af 's avonds ergens een hapje te gaan eten. De laatste avond.

Na het eten bij de pizzeria aan de Koornmarkt duik ik al vrij vroeg de tent in. Het motregent opnieuw. Nog even de Leeuwarden Courant lezen en dan maar slapen.

Zaterdag 30 juli: Dokkum - Leeuwarden, 21 kilometer
Niemand is van plan vroeg te starten. De etappe is maar 27 kilometer en als je bij Bartlehiem rechtdoor vaart, maar 21. Bovendien is het verstandig de grote plezierjachten eerst te laten vertrekken. Hebben we daar geen last van. Helaas zijn ze niet allemaal vroeg vertrokken. Er komen ons nog een heel stel achterop. Met stevige golven als gevolg.

In Bartlehiem pauzeren we langdurig bij restaurant De Vlier. Helaas gaat dit dicht evenals de bijbehorende camping. Samen met mijn vriendin heb ik hier 15 jaar lang elk jaar een aantal keren gekampeerd. na Bartlehiem besluit ik rechtdoor te varen. Cees wil over Oudkerk. Voor het eerst sinds Scharnegoutum scheiden onze wegen.

Tot aan Leeuwarden surf ik mee in het kielzog van een kleine motorboot. Het gaat zo behoorlijk snel en ik heb veel minder last van de golfslag van andere boten. Voordat ik het weet ben ik in Leeuwarden. Mijn vriendin wacht me op met de camera. Ik besluit de gezamenlijk intocht niet af te wachten. Dat zou nog anderhalf uur kleumen op de wal betekenen. Ik breng de kano naar de auto, trek wat warms aan en ga koffiedrinken met Margriet.


Om twee uur slaan we vanaf de wal de binnenkomst van de grote groep gade. De binnenkomst is mooit vastgelegd op dit Youtube filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=bIpvVH5MEsg Dan zie ik Cees. Hij wordt geroepen door zijn kleinzoon: OPA, OPA. Bij het afstempelen zie ik hem weer.


We nemen afscheid. Hij doet over drie jaar niet weer mee. Ik was ook vast van plan het bij één keer te laten. In de dagen erna verandert mijn stemming: ik ben er gewoon weer bij over drie jaar. En wie weet haal ik Cees ook weer over.